Zuchtend hangt mijn twaalfjarige zoon boven een opdracht voor Nederlands. Wat ik het leukste vind van alles, vindt hij een regelrechte ramp: een verhaal schrijven van vijftig regels. 'Dat gaat me nooit lukken, dan maar een onvoldoende', zegt hij.
Ik help zijn fantasie wat op weg door vragen te stellen: wie zou de hoofdpersoon kunnen zijn, hoe oud, waar is hij, wat denkt hij?
Het lukt! Hij leeft zich in en begint met schrijven. Ik zie hoe het blad steeds voller wordt en houd me zo stil mogelijk om dit mooie proces niet te verstoren.
Na een tijdje kijkt hij tevreden op: 'Weet je wat ik hier schrijf? "Jeetje, volgens mij zijn moeders er alleen om je te irriteren en je de les te lezen."' Brede grijns.
Algra Tekst & Verhaal
'Dan moet er een belletje gaan branden', schreef ik.
En zag dat het niet goed was.
'... gaan ritselen', corrigeerde ik.
Duidelijk tijd voor een pauze.
Raar woord: NIEUWS-GIERIG
Alsof wie graag alles weet, niet even graag de oogst met anderen deelt.
'Er staan geen fouten meer in.' Het leek de opdrachtgever niet zo nodig dat ik de tekst van het jaarverslag nog naar de corrector stuurde. Zelf zag ik ook geen fouten meer, maar juist daarom vond ik het nodig dat de corrector ernaar keek. Zij ziet, zij ziet, wat ik niet zie...
Ben ik een slechte tekstschrijver als ik zelf kennelijk niet foutloos kan schrijven? Ik denk het niet. Sterker nog, ik geloof dat juist de erkenning dat ik een corrector nodig heb, mij een goede tekstschrijver maakt. Bij dit jaarverslag ging het om twee conceptversies van 26 pagina's. Elke versie is ongeveer vijf keer in z'n geheel langs mijn ogen gegaan. Dat betekent dat ik ruim 250 pagina's las met de focus op de inhoud: een goed leesbaar, kloppend geheel met een eenduidige boodschap.
...
Tadaaaa, daar is mijn nieuwe logo.
Een heleboel mensen in mijn netwerk hebben afgelopen weken meegedacht en meegeassocieerd op wat mij en mijn werk kenmerkt. Vier kenmerken sprongen eruit: eigenzinnig, speels, humor en tekst. Met die vier woorden is DTP-Hulp Mireille van IJperen aan de slag gegaan en dit is het resultaat.
Ik ben er heel blij mee.
Elke keer als ik net uit het moeras van een boek strompel, denk ik: dit ga ik volgende keer handiger aanpakken. Sneller, efficiënter. Mijn aantekeningen niet kwijtmaken. Geen tijd verdoen met nutteloze omwegen en zweverige bespiegelingen. Niet verzanden in details. En vooral dat waarom-doe-ik-dit-moeras niet in. Ik ga volgende keer vol zelfvertrouwen over de snelweg van A naar B, van Alleraardigst idee naar Boek.
En elke keer realiseer ik me: hé, dat bedacht ik vorige keer ook.
Maar ik kwam wel. Om het dikke contract te ondertekenen, in drievoud. Zes handtekeningen, zesendertig parafen zette ik terwijl de makelaar van zijn koffie nipte . Ergens halverwege moest ik mijn pols losschudden, omdat de parafen wel erg krakkemikkig werden. 'Voor het zetten van zo veel parafen is ook conditie nodig', verzuchtte ik.
'Ik dacht dat u die als schrijfster wel zou hebben', zei de makelaar.
Niet dus. Ik schrijf nog zelden met de hand, ik typ alles.
Ik mag me eigenlijk ook geen schrijver meer noemen. Ik ben een type.
[PS Op 1 november betrek ik unit 1.45 aan Stephensonstraat 45 in Zoetermeer.]
Ze waren er al meer dan een eeuw over aan het bakkeleien, de etymologen. Maar pas nu, bij het schenken van een fles cider, is de herkomst van het woord fiets boven water gekomen.Wat leren we hiervan?
-
-
-
- Dat het schenken van cider voor een doorbraak in de wetenschap kan zorgen.
- Dat onze fiets uit Duitsland komt (= einde flauwe WOII-grapjes).
- Dat ik etymologisch verantwoord bezig was toen ik als puber Fongers, mijn stalen ros, getouwtjehaakte teugels gaf.
(Bron foto: JanWillemsen Flickr.com)
-
-






Weblog