Mijn moeder is nog niet dement. Dat heeft onderzoek aangetoond. Ik vertel haar dit goede nieuws. Het is een geruststelling, want haar vergeetachtigheid baart haar zorgen.
‘Wat is het eigenlijk’, vraagt ze, deméntie of dementíe? Waar ligt de klemtoon?’
Lees de rest van dit item »
Algra Tekst & Verhaal
Deméntie
16 februari 2012Recensies
15 februari 2012Een echte doctorandus heeft De wisseltante gerecenseerd voor Biblion. De fragmenten waar kinderen geweldig om lachen vindt zij ‘minder geschikt’ (dat Kiara ontploft) en ‘niet prettig en onnodig’ (de soepschildpad die schildpadsoep wordt). En dat Katinka weer terug gaat in de rolstoel is ’sneu’. Een beetje sneue recensie dus wel. Ik werd er niet vrolijk van.
Gelukkig werd het eerste deel, De kanjerklas, met eenzelfde ontploffende Kiara, wél goed ontvangen door een andere recensent van Biblion. En op deze boekensite reageert een moeder van een meisje dat in een rolstoel zit, dat haar dochter het verhaal geweldig vindt en helemaal niet sneu voor Katinka.
En ik word weer helemaal vrolijk als ik de link krijg naar een recensie van De wisseltante op Ouders Online (daar even iets naar beneden scrollen).
Voorlezen
27 januari 2012Toen ik negen was, moest ik een spreekbeurt houden. Over mijn muizen ging het, want daar wist ik wel iets over te vertellen. De nacht ervoor sliep ik bijna niet van de zenuwen. Trillend stond ik voor de klas. De zenuwen waren nergens nodig voor, zei de juf naderhand. ‘Het is toch heel goed gegaan?’
Nu ik ruim vijftig ben, vroeg de Nicolaas Beetsschool in Alkmaar mij te komen voorlezen in het kader van de Nationale Voorleesdagen. Over De kanjerklas ging het, en over het tweede deel, De wisseltante. Want daar kan ik wel iets over vertellen. En voorlezen is nog simpeler, toch? En ik was nu toch al een grote meid? Toch vond ik het spannend. Schrijven is één ding, voorlezen is iets heel anders. Stel je voor dat die vijfdegroepers mijn boek maar stom zouden vinden. Dat ze zouden gaan hangen en klieren. Dat ik steeds harder zou gaan lezen om nog gehoord te worden. (Dom, dat weet ik, maar zo ging dat wel vanzelf als ik voorlas als eethulp op de school van mijn kinderen.)
De zenuwen waren nergens voor nodig. Voorlezen blijkt heel leuk te zijn, want de vijfdegroepers reageerden enthousiast en spontaan. Door de vragen die ik af en toe stelde, werd duidelijk dat ongeveer de helft van de groep zich soms anders voelde dan anderen. En dat ook ongeveer de helft van de groep de hoge tonen van een tl-buis hoort, net als Kamou in De kanjerklas. Gelachen werd er ook. Om de rare plaatsen waar de kanjerklas naar Kai zocht (achter de verwarming en in de prullenbak) en om Kiara die woedend in honderd stukjes uit elkaar knalt.
Na deze ervaring stapte ik vol vertrouwen naar de parallelgroep. Die moest zijn speelkwartier opofferen en was minder geconcentreerd. Maar geluisterd werd er wel degelijk, zo bleek uit de reacties achteraf. Ook zij herkenden zichzelf of een klasgenoot in de kanjers. ‘Alleen u doet niet zo raar als juf Karin’, zei een jongetje tegen de juf. Ik vroeg de juf of zij allemaal dezelfde, normale kinderen in haar klas zou willen. ‘O nee, dat zou zó saai zijn!’ antwoordde ze uit de grond van haar hart. Waarop de kinderen helemaal uit hun dak gingen.
Bij mijn vertrek was het hoofd van juf Karin helemaal bedolven onder het rare bolletjesmonster. Natuurlijk willen de kinderen weten hoe het afloopt met haar en met haar kanjers, dus ze gaan zelf verder lezen. En ik ga verder met schrijven. Door de enthousiaste reacties heb ik daar nog meer zin in gekregen.
De slotsom: schrijven = delen = vermenigvuldigen van plezier.
De wisseltante
15 januari 2012De wisseltante is het tweede deel in de serie Kanjerklas, humoristische boeken (voor kinderen 7+) waarin het normaal is om anders te zijn. De tien kanjers uit het eerste deel krijgen versterking van Katinka (een meisje met slappe spieren) en Kerem (die het verschil tussen rood en groen niet ziet). Dit keer gaat de kanjerklas op schoolreisje naar de dierentuin.
Natuurlijk gebeuren er ook nu weer bizarre dingen. Vier kanjers zijn duidelijk niet zichzelf en ook sommige dieren doen raar. Kevin weet de boel weer aardig op z’n kop te zetten en er draait van alles in de soep. Letterlijk. Als de kanjers eenmaal doorhebben wat de oorzaak is, valt het nog niet mee om iedereen weer zichzelf te laten zijn.
15 november jl. werd De wisseltante gepresenteerd. De kanjerklas deed live verslag via Twitter. Zoals het de kanjerklas betaamt, liep het weer behoorlijk uit de hand (c.q. poot/klauwen). Via een pdf van de tweets en foto’s kun je de presentatie van De wisseltante terugzien.
De wisseltante telt 52 pagina’s, is geïllustreerd door Betje.com en is voor € 14,95 te bestellen via de boekhandel of www.kanjerklas.nl. En vanaf 1 december is het ook als digitaal boek (ePub) verkrijgbaar voor € 6,95.
Safari
7 november 2011We zitten samen in haar woonkamer. Mijn moeder heeft net verteld hoe radeloos ze wordt als ze niet meer weet wat aan haar huidige situatie vooraf is gegaan. Drie weken geleden kreeg ze longontsteking. Ze is aardig opgeknapt, maar iemand van 89 jaar is daarna niet binnen drie weken weer zo fris als een hoentje.
Haar geheugen heeft een flinke dreun gekregen. Ze herinnert zich niet hoe ziek ze was, wie in die tijd voor haar zorgden, waarom de thuiszorg sindsdien elke dag een paar keer langskomt. En dus snapt ze ook niet hoe het komt dat het haar niet lukt om de deur uit te gaan om boodschappen te doen. Wij, haar kinderen, vertellen keer op keer wat er is gebeurd in de hoop dat ze zo weer grip krijgt op haar persoonlijke geschiedenis. ‘Als jullie het zeggen, zal het wel zo zijn’, zegt mijn moeder. ‘Maar ik kan me er niets meer van herinneren. Het is leeg.’
Ineens zie ik een kans. ‘Het is duidelijk dat die herinnering weg is’, zeg ik. ‘Zullen we hem dan maar opvullen met iets leuks? Dan zeg ik dat wij samen twee weken naar Zuid-Afrika zijn geweest, op safari. Weet u nog wat u daar hebt gezien?’
Even aarzelt ze. Dan beginnen haar ogen te glinsteren. ‘O ja’, zegt ze. ‘Die olifanten vond ik het mooist. Die moeder met het jong. Ik heb er nog op gereden. Op het jong, want die moeder was te hoog voor mij.’ Ik zag haar zitten op dat best nog grote, kleine olifantenjong.
Natuurlijk is haar probleem niet opgelost en wil ze het liefst echte herinneringen terug. Maar heel even was ze met mij op safari geweest en daar hebben we beiden van genoten.
Boek schrijven
14 oktober 2011Je hebt een idee, een boodschap of een verhaal en besluit een boek te schrijven. Je bent niet de enige en dat is maar goed ook. Niet alleen omdat daardoor de boekdrukkunst is uitgevonden.
Je stort je een paar maanden elk vrij moment en tot diep in de nacht op je tekstverwerker en dan is het klaar. Denk je. Maar dan komt de redacteur. Die laat je fijntjes weten dat het ‘een veelbelovend begin’ is, dat ‘hier en daar nog wel moet worden bijgeschaafd’. Weg juichstemming. En als je vervolgens ziet wat de redacteur allemaal aan verbeteringen wil ‘waar je beslist nog even naar moet kijken’, zinkt de moed je in de schoenen. Woedend gooi je de papieren in de hoek. Afhankelijk van je temperament ben je kwaad op de redacteur (die er niets van begrijpt) of teleurgesteld in jezelf (omdat je er kennelijk niets van bakt) of allebei. Je zit in de put.
En hierom is het fijn dat je niet de enige bent die een boek wil schrijven. Andere schrijvers zijn je voorgegaan. Ze kennen de put. Ze weten uit ervaring dat een eerste versie meestal een prullenbakversie is. Ze weten ook hoe frustrerend het is om te denken dat het klaar is en dan overnieuw te moeten beginnen. En ze hebben troost. Troost dat het weggooien van de eerste versie niet betekent dat alle werk voor niets is geweest. Dat is het alleen als je hier opgeeft. De prullenbakversie is deel van het proces: het boek moet rijpen. Een week boos zijn? Prima. Een maand in de put zitten? Geen ramp. Maar dan jezelf bij de kladden pakken en de aanwijzingen van de redacteur opvolgen. Je zult zien dat je boek er veel sterker van wordt.
Ik ben nu een paar keer zo’n vervelende redacteur geweest. Ik voel me een tandarts: die kies moet getrokken, anders gaat de boel stinken. Ik doe zo voorzichtig mogelijk, maar het doet altijd pijn. Ik vertel altijd vooraf over de prullenbakversie en de pijn van de eerste redactieronde. Maar geen schrijver wil het geloven. En misschien is dat maar goed ook, want anders zou niemand eraan beginnen. Pas als je het hebt meegemaakt, weet je dat het desondanks de moeite waard is.
Superhelden
5 oktober 2011Vandaag begint de kinderboekenweek, met als thema superhelden.
Je denkt dan al gauw aan figuren als Superman en Megamindy, of aan Harry Potter, Pippi Langkous of Snuf de Hond. Superhelden hebben bovennatuurlijke eigenschappen waarmee ze strijden tegen het kwaad en anderen redden.
Ik zou vandaag een lans willen breken voor de kleine helden. Het zijn geen supersterren, ze hebben geen grote schare fans, maar ze zijn, vaak onopvallend, helden in hun eigen leven. Een held is in mijn ogen iemand die zijn of haar eigen angst in de ogen ziet en er niet voor wegloopt. Een superheld is iemand die daarbij opkomt voor het goede, ook als dat hem impopulair maakt of straf oplevert.
Een superheld is bijvoorbeeld dat meisje in groep acht dat publiekelijk opkomt voor de klasgenoot die gepest wordt. Terwijl ze weet dat ze daarmee zelf uit de groep ligt. Een held is de jongen die onderweg naar school altijd buikpijn heeft van angst, maar tóch gaat, elke dag weer. Helden zijn ook de kinderen die meer dan gemiddeld moeite hebben met leren, maar iedere keer opnieuw hun best doen en ploeteren op stof die anderen een makkie vinden. Of de kinderen voor wie het leven voelt als een slagveld van onverwerkbare indrukken, maar die toch hun best doen om zich daarin staande te houden.
Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Ze zijn er, die helden. Heel veel zelfs. Als je zoiemand in je omgeving hebt – en dat heb je vast en zeker – geef hem of haar dan vandaag een compliment, een knuffel of wat ook maar past, en laat weten dat je hem of haar een held vindt. Want helden hebben fans nodig, al is het er maar eentje. Dat geeft ze nog meer heldenmoed.
Lezen over zulke helden? www.kanjerklas.nl
Tierelier
9 september 2011In een tekst voor een klant komt de zin voor: ‘Het project loopt als een…’
Ik dacht ‘tierelier’. De klant dacht ‘trein’. Een rondvraag op twitter leverde nog ‘zonnetje’ en ‘tiet’ op.
Wat moest het nu worden? Het werd ‘trein’: die staat voor kracht, snelheid (vertragingen gemakshalve even genegeerd) en op het juiste spoor zitten.
Maar de tierelier bleef me achtervolgen. Wat is dat voor een ding, een tierelier? Het is iets dat kan lopen of branden of werken.
To boek or not to boek
19 augustus 2011Was ik er maar nooit aan begonnen.
Het leek zo leuk, maar lijken zijn dood.
Je kunt maar beter niks beloven, dan hoef je ook niks waar te maken.
Het is beter te stoppen op het hoogtepunt. Alles wat je later doet wordt een afgang.
Oké, de paar meelezers waren wel enthousiast, maar wat zegt dat nou helemaal. En dan ben ik ook nog zo stom geweest om lezers van deel 1 verzoeknummers te laten indienen voor deel 2 van de serie Kanjerklas. Hun verwachtingen zijn natuurlijk helemáál huizenhoog gespannen.
Sukkel die ik me daar ben.
Ik kan nog terug. Deel twee ligt bij de illustrator, maar het ISBN is nog niet aangevraagd. Vervelend voor de vormgever en de illustrator, misschien kost het me nog wat aan schadevergoeding, maar ja. Ook vervelend voor de lezers die erop wachten, dat is waar. Al die schatten die zeggen dat het zo lang duurt tot november. En ook wel een beetje suf om een serie van maar één deel uit te brengen. Maar ja. Beter ten halve gekeerd et cetera. En die lezers komen er ook wel overheen. Het is maar een boek. Of geen boek.
Niks aan de hand, mensen. Dit zijn gewoon de gebruikelijke bibbers. Het hoort erbij. Je moet er even doorheen, zeggen ze dan. En elk volgend boekproces ben ik alweer vergeten dat het bij het vorige boek net zo ging. Meestal denk ik: dit nooit weer. Alleen denk ik nu: het volgende deel doe ik het beter. Volgende deel? Ja toch. Een serie van twee delen is net zo suf als een serie van een deel.
Waar ben ik aan begonnen?
Mijn eh…
25 juli 2011De vraag kwam ter sprake hoe je degene noemt met wie je een belangrijk deel van je leven deelt terwijl je niet getrouwd bent – of daar niets over wilt zeggen. Niet onderling, dat zoekt iedereen zelf maar uit. Maar in het publieke domein. Als je met een instantie spreekt over de hypotheek of een lekkende dakgoot. ‘Mijn … heeft twee weken geleden gebeld, waarom hebben we nog niets gehoord?’ Zulke situaties dus.
Sommigen zeggen dan toch mijn man of mijn vrouw. Ik ook wel eens, maar dan ga ik gelijk giechelen van de spanning omdat ik lieg. Lekker handig als je een instantie wilt bewegen om wat vaart te maken. Lees de rest van dit item »







Weblog